Geen ruimte voor haat in een rechtstaat

08 Aug, 2025

Geen ruimte voor haat in een rechtstaat

De foto die Geert Wilders onlangs op zijn X-account plaatste, is terecht breed veroordeeld. Duizenden mensen hebben inmiddels een melding gedaan bij het Meldpunt Discriminatie, zoals ook in meerdere media is vermeld. De massale afkeuring van deze actie laat zien dat veel Nederlanders zich blijven uitspreken tegen haat en uitsluiting. Maar deze foto staat niet op zichzelf. Sinds zijn intrede in de politiek heeft Wilders zich stelselmatig schuldig gemaakt aan het beledigen van moslims, het aanvallen van de islam en het verspreiden van verdeeldheid. Zijn retoriek is niet alleen kwetsend, maar voedt actief het wantrouwen en de angst in onze samenleving.

Wat al jarenlang zorgen baart, is dat er nog steeds mensen zijn die hem steunen, in de overtuiging dat hij “Nederland beschermt”. Maar wie goed kijkt, ziet dat hij helemaal niet in staat is – en ook geen intentie toont – om Nederland op een rechtvaardige en inclusieve manier te dienen. Zijn voorstellen ondermijnen de rechtsstaat, sluiten hele bevolkingsgroepen uit en druipen van minachting voor fundamentele mensenrechten. Minstens zo zorgelijk is de rol van andere politieke partijen die zichzelf presenteren als voorvechters van diversiteit, rechtsstaat en inclusie, maar toch bereid zijn met Wilders samen te werken of hem te gedogen. Waar blijft hun principiële grens? Wanneer gaan zij inzien dat zijn woorden en daden niet slechts “een mening” zijn, maar directe gevolgen hebben voor het gevoel van veiligheid van miljoenen mensen in Nederland? De Nederlandse Grondwet geldt voor iedereen – ongeacht afkomst, religie of politieke voorkeur. Wie deze waarden schendt of ondermijnt, hoort niet gelegitimeerd te worden met macht of medewerking. Wilders’ uitspraken staan haaks op de principes van gelijkheid, vrijheid van godsdienst en non-discriminatie. Ook zijn opstelling tijdens de kabinetsformatie heeft veel kwaad bloed gezet. Door keer op keer te dreigen “de stekker eruit te trekken” als zijn eisen niet werden ingewilligd, heeft hij het wantrouwen in de politiek alleen maar verdiept. In plaats van leiderschap en samenwerking te tonen, koos hij voor druk, dreiging en verdeeldheid.

Als samenleving, media en politiek moeten we erkennen dat woorden ertoe doen. Dat de vrijheid van meningsuiting geen vrijbrief is voor het zaaien van haat. En dat medeplichtigheid – ook in stilte – even schadelijk kan zijn als de haat zelf.
Het is tijd dat we opstaan voor een samenleving waarin iedereen zich thuis kan voelen, ongeacht achtergrond of geloof. Dat is geen politieke voorkeur – dat is een morele verantwoordelijkheid.